zaterdag 7 november 2009

Bezoek uit NL en de VS

Op 15 october was Dieuwertje’s laatste werkdag en begon haar zwangerschapsverlof, en dat ging gepaard met twee weken van bezoek uit NL en de VS.

Op 16 october kwamen Nienke, Lotte en Wieger aan op het vliegveld. Helaas kon Menno niet mee, maar in plaats daarvan was Josine er bij. Voor Nienke en Josine was het niet de eerste keer dat ze hier waren, dus het was niet zo nodig om alle trekpleisters nog een keer af te gaan. En voor Lotte en Wieger was het natuurlijk al een groot feest dat er een zwembad en een speeltuintje aan de overkant van de straat liggen!

Toch waren er nog de nodige nieuwtjes te bekijken, hier een kleine opsomming:
- The Walk at Dubai Marina, waar je lekker in de fonteintjes kunt spelen, en waar je hele leuke dieren-handdoeken kunt kopen.

- Dubai Mall, met ijsbaan en aquarium. Vooral Wieger kon geen genoeg krijgen van al die vissen. Maar aan het eind kreeg hij de schrik van zijn leven toen hij in de gaten kreeg dat de steen die hij aan het beklimmen was eigenlijk een levensgroot standbeeld van een zeehond was! Toen was het voor Wieger wel even genoeg met al die dieren...
- Atlantis Hotel, met bijbehorend aquarium (waar walvishaai helaas nog steeds rondzwemt). Weer zat Wieger met zijn neus aan het glas geplakt, hij vond al die vissen geweldig! De schrik zat er even goed in toen Josine opeens haar portemonee kwijt was, maar dat er nauwelijks criminaliteit in Dubai is werd maar weer eens bewezen doordat de portemonee gewoon bij de gevonden voorwerpen terecht was gekomen, met al het geld en credit cards er nog in!
- Nienke en Dieuwertje zijn samen nog een dagje naar Abu Dhabi geweest, naar de Zayed Mosque, naar het Emirates Palace Hotel, en ook nog een tourtje over Dieuwertje’s werk-site. Hardstikke leuk!
- Op 20 october was Lotte jarig, ze werd 5 jaar! Dat moest natuurlijk gevierd worden, met veel cadeautjes en een mooie lekkere taart die Lotte zelf had gebakken met Bomma (=Josine).
En we voor haar verjaardag naar Wild Wadi geweest, het water-park naast de Burj Al Arab. Lotte vond de glijbanen helemaal geweldig, en vond het maar flauw dat zij niet in de grootste glijbanen mocht, want ze was toch al 5 jaar?!

- Souk Bahar, met de fantastische fonteinen-show aan de voet van de Burj Dubai.

Nienke en de kinderen zijn na een week weer vertrokken, maar inmiddels was Susan (een vriendin van Josine uit de VS) over gekomen.
Het was ongelofelijk leuk om iemand rond te leiden die zoveel interesse toonde in de cultuur, wetende dat ze vooraf gevoed was met de nodige media-vooroordelen over het Midden Oosten. En voor ons ook weer eens goed om in de geschiedenis en gewoontes van de UAE te duiken! Hier een paar van de highlights die we met Susan bezocht hebben:

Liefs, db
PS: de bolle buik van Dieuwertje lijkt wel wat op die van de Burj al Arab, vinden jullie ook niet?

zaterdag 12 september 2009

Vakantie Libanon en Syrië

Wij zijn weer terug van een fantastische vakantie in Libanon en Syrie. Het was een vrij last-minute beslissing om hier naar toe te gaan, na lang afwegen tegen andere opties zoals Bali of Australie. Daarom waren we ook niet echt optimaal voorbereid op wat er daar allemaal te doen zou zijn. De diverse waarschuwingen vanuit NL (“is het wel veilig daar?”, “is daar dan wel wat te doen?”) gaven wel aan dat het in NL nog niet gezien wordt als de meest gebruikelijke vakantie-bestemmingen – en het feit dat Libanon daadwerkelijk nog een negatief reisadvies heeft vanuit het NL minbuza wisten we helemaal niet (klasse 5 van 6 – niet essentiele reizen worden ontraden).

Al met al kunnen we niet anders zeggen dan dat we blij zijn dat we al deze welbedoelde adviezen in de wind hebben geslagen, want wat een fantastische vakantie hebben we gehad! Wat een mooie landen, wat was er veel te zien, wat een geschiedenis heeft zich daar afgespeeld, wat een smeltkroes van religies, en wat een ongelofelijk vriendelijke mensen, enz.

Van de ruim 450 foto’s die we in 2,5 week hebben geschoten, hebben we met moeite een selectie weten te maken. En hier beneden hebben we voor de twee landen een beschrijving van onze ervaringen gemaakt.

Libanon

Het eerste dat opvalt bij aankomst in Beirut zijn de vele militaire checkpoints en de beschadigde gebouwen van de burgeroorlog, die 15 jaar lang de stad in de greep heeft gehouden. De burgeroorlog is in begin jaren negentig afgelopen maar sindsdien is het nog steeds onrustig, met name op politiek niveau maar ook met soms kleine uitbraken van geweld. De militante Hezbollah groep is ook actief, met name in het zuiden van Libanon.

Opvallend is dat er toch nog wel de nodige (politieke) spanning voelbaar is tussen de verschillende religieuze groepen. Het gaat hier niet alleen om Moslims en Christenen, maar ook om vele afsplitsingen zoals de Druzen, de Maronieten etc. Al deze geloofsgroepen hebben hun oorsprong van oudsher vanuit de regio en ze willen graag uitstralen dat hun geloofsrichting nog volop leeft. De Christenen doen dit door bijvoorbeeld juist veel te feesten en te drinken (ondanks de Ramadan), de muziek harder te zetten als de moskee oproept tot gebed, de kerkklokken in ieder geval 6x te luiden op zondag (1x meer dan moskee) en grote kruizen om hun nek te dragen zodat iedereen kan zien dat ze Christen zijn. Alle groepen geven de indruk trots te zijn op hun land, misschien nog wel trotser op het geloof en soms tot op het kinderachtige af. Maar je hebt niet echt het gevoel dat ze elkaar in de haren willen vliegen, ze willen gewoon samen leven, zonder oorlog, en het gevecht speelt zich nu vooral nog af in de politiek. We hebben ons dan ook geen enkel moment onveilig gevoeld en vonden het wel apart dat je op zoveel plekken de kerken direct naast moskeen zag staan.

Een Libanese collega van Bas, die nu ook op vakantie in Libanon was, bood aan om ons een hele dag rond te leiden door zijn prachtige land. Samir haalde ons vroeg op en heeft eerst ons Jeita Grotto laten zien, een gigantische grottenstelsel met 9 km lange gangen, hallen van soms wel 100 m hoog, vol met stalagtieten en stalagmieten. Het staat genomineerd als 1 van de 7 nieuwe wereldwonderen.
Vervolgens zijn we de bergen in gegaan, waar in de winter uitgebreid geskied wordt. Veel Arabieren uit de Golf-regio kopen hier hun 2e huis en ook de Libanezen gaan graag naar de koelte in de bergen.
Na de bergen zijn we naar de oude stad Byblos gereden, de plaats waar het alphabet ontstaan is en waar 500 voor Christus al mensen woonden. In Byblos zijn we eerst voorgesteld aan de familie van Samir en daarna zijn we samen met hen naar een oud fort gegaan uit de tijd van de kruisvaarders. Het oude centrum van het plaatsje heeft veel gezellige terrassen waar je toeristen zou verwachten, maar waar je in de praktijk eigenlijk alleen maar Libanezen ziet zitten. Na het bezoek dachten we dat we direct naar Beirut zouden rijden om met Samir en zijn vrouw te gaan eten, ze hadden namelijk om 9 uur gereserveerd en het was al vrij laat. Tot onze verbazing gingen we eerst terug naar hun huis, waar oma en 2 vrienden opeens en onaangekondigd op de bank zaten te wachten. Dat vroeg om een uitgebreide borrel en betekende dat we pas na 10 uur richting Beirut vertrokken en 2 uur na onze reservering in het restaurant aankwamen. Echt op z’n Libanees. We aten in een typische Libanees restaurant, waar spontaan gedanst werd op de klanken van oude volksliedjes.


In Beirut zelf is ook van alles te zien, zoals ‘downtown’, het centrum van Beirut dat volledig in puin lag maar exact gerestaureerd is zoals het er vroeger uitzag. Het heeft vele gezellige terrasjes, maar ook daar zitten vooral Libanezen en nog maar weinig toeristen.
Verder zijn er hele leuke wijken zoals de studenten wijk Hamra (overwegend een moslim wijk), waar ons hotel lag, en Gemmayzeh (overwegend christelijke wijk), waar alle gezellige barren en kroegen zijn. Waarschijnlijk door alle recente oorlogen, leven de Libanezen volgens een ‘pluk-de-dag’ mentaliteit, ze houden van genieten en dus ook van uitgaan en van laat eten, pas om elf uur ’s avonds liepen de restaurants echt vol.

Rondom Beirut heb je hele moderne beach clubs waar de jet set kan vertoeven en wij ons ook 2 dagen vermaakt hebben. Een van die dagen zijn we samen met Olaf, ook een collega van Bas die werkt in Beirut, en zijn vrouw en 2 kinderen naar een beach club 30 km ten zuiden van Beirut geweest. ’s Avonds werden we uitgenodigd bij hen thuis, het was een super gezellige dag en zo hoor je ook veel over het dagelijkse leven in Beirut.

Een van de dingen die zij vertelden is dat Beirut pas sinds 3 jaar stoplichten heeft en dat is wel te merken! Regelmatig werden de autobestuurders er door de politie op gewezen dat ze door moesten rijden en het verkeer niet moesten ophouden, terwijl ze voor rood licht te wachten stonden?! Het was dus behoorlijk riskant om een weg over te steken.

Ook vertelden ze dat 50% van de Libaneze vrouwen voor hun 30ste aan plastich chirurgie doen, dat verklaarde dus direct de perfecte figuurtjes in de beach clubs en de mooie – overigens wel opvallend op elkaar lijkende - vrouwen in de kroegen.

De gastvrijheid die wij kregen van Samir en Olaf, werd nog eens bevestigd door de Libanese landen-manager Michel. Bas had hem pas 1 keer eerder ontmoet maar hij stond erop dat wij bij hem op bezoek kwamen in de bergen om vervolgens naar een van de beste Libanese restaurants te gaan, volgens zijn zeggen. Ook daar zeiden we geen nee tegen en zo hadden we weer een supergezellige avond, waar overigens ook Olaf en zijn vrouw bij waren.

Het was niet alleen uitgaan in Beirut, we hebben ook de vele historische overblijfselen verkend. Om warm te draaien zijn we naar het nationaal museum gegaan, het was vooral erg indrukwekkend dat het museum volledig in puin heeft gelegen tijdens de oorlog maar dat ze de meest belangrijke historische beelden hebben kunnen redden door ze aan het begin van de oorlog te omhullen met gewapend beton.

Via een reisbureau hebben we een dagexcursie gemaakt naar Baalbek, in de prachtige Bekaa vallei. De Bekaa vallei is het landschap dat in de Bijbel het land van melk en honing wordt genoemd. Nu staat de vallei vooral bekend als het bolwerk van Hezbollah maar ook vanwege de nog vrij complete tempels van de Phoeniciers en de Romeinse tijd, hier een daar later aangepast door Grieken, Ottomanen en Arabieren. De oorsprong van sommige van deze overblijfselen is van 1000 jaar voor Christus.
De tempel van Jupiter in Baalbek is een van de best bewaarde tempels in de wereld van ongeveer 2000 jaar oud. Erg spectaculair.

(nb: voor een idee van de schaal van deze ruines - op de laatste foto staat Dieuw naast een van de zuilen...) Na afloop van het bezoek aan de ruines werden we langs enkele toeristische winkeltjes geleid waar ze enthousiast T-shirts van Hezbollah probeerden te verkopen. Nee, wij hadden geen interesse.

Behalve Baalbek hebben we ook de wijngaarden van Ksara bezocht inclusief een proeverij en ’s middags zijn we doorgereden naar Anjaar, een oude stad uit het Umayyad tijdperk (7e eeuw) waar handel werd gedreven met vele winkeltjes en marktplaatsen. Hiervan was een stuk minder bewaard, maar je kreeg er wel het gevoel hoe het geweest moet zijn om over de grote weg met zuilen langs alle koopwaar te wandelen.


Al met al was Libanon een land met veel diversiteit: veel historie, moderne uitgaansgelegenheden, vele religies die enigszins proberen samen te wonen en vooral een land waar de mensen uitbundig genieten van elke dag omdat het morgen weer onrustig kan zijn.

Syrië

Na al onze ervaringen in Libanon hadden we ons voorbereid op “een stapje terug in de tijd” in Syrie. Daar zou het vast allemaal wat minder Westers zijn, wat strenger islamitisch (zeker tijdens de Ramadan), wat minder toegankelijk voor toeristen...? Tenslotte is het een van de landen van de ‘as van het kwaad’, als je Bush mocht geloven. Nou, daar hebben wij niets van gemerkt.

Direct toen we in Damascus in ons hotel in de oude stad hadden ingechecked, werd het al duidelijk – we waren in een 1001 nacht sprookje terecht gekomen! Ten eerste al ons hotel – een prachtig gerestaureerd 300-jaar oud Arabisch huis, met 6 gastenkamers verdeeld over 2 verdiepingen rondom een binnenplaats met fonteintje, en schitterende bewerkte houten deuren.
De oude stad van Damascus is nog geheel ommuurd, en bestaat volledig uit oude Arabische huisjes (nou, soms bijna paleizen), smalle straatjes, leuke binnenplaatsjes, moskeetjes (en de grote Ummayad Moskee, voorloper van de Aya Sofia in Istanbul), en overdekte souks. Hoewel alles in deze stad inderdaad vooral erg oud is, geeft het geheel absoluut geen vervallen indruk, het is overal netjes en schoon. En tegelijkertijd toch ook heel authentiek, helemaal niet toeristisch of nep. De oude stad wordt gewoon volledig bewoond door Syriers, die hun dagelijkse boodschappen nog steeds in de souks komen halen, en voor een hapje en een drankje naar de restaurantjes en barretjes gaan, en gaan bidden in de moskeetjes op de hoek... En bij al deze dagelijkse gebeurtenissen zijn ze erg blij als er ook toeristen in hun stad komen kijken – je wordt heel vriendelijk toegesproken met “Welcome”, “Can I help you”?” en “Are you lost?” . Ook in de souks is er niets te merken van de gebruikelijke opdringerigheid naar toeristen , we hebben niet een keer de befaamde uitspraken “come and look, I have special price for you” gehoord!

Verder was de Christelijke wijk in de oude stad, waar ons hotel stond, ook duidelijk herkenbaar – veel kerken, af en toe een nonnetje op straat, en alle winkels en eetgelegenheden gewoon open overdag, ondanks de Ramadan.

Wat dat eten betreft was het wel nog even lastig. Na Libanon waren we al gewend aan het idee dat er in deze gebieden laat gegeten werd, vaak pas tegen 10 uur ’s avonds, en dit werd door de reisgids ook voor Syrie weer bevestigd. Maar wat we ook probeerden, het is ons niet gelukt om te eten in een restaurant vol met Syriers die ook aan het eten waren?! Want ongeacht of we nou om 7 uur of om 11 uur gingen, de Syriers zaten altijd in grote getalen alleen maar te kaarten of backgammon te spelen, onder het genot van een kopje thee en nargileh (waterpijp), soms nog met een toetje erbij... Uiteindelijk hebben we geconcludeerd dat de eetgewoontes tijdens de Ramadan blijkbaar wat aangepast worden – na het zonsondergangsgebed om 7 uur is het tijd voor het Iftar diner, en dit wordt waarschijnlijk thuis in familie-kring gevierd. En later op de avond gaat men dan in grote getalen de stad in voor wat gezelligheid! Ach, al met al was het in elk geval hardstikke gezellig met alle locale mensen, en dat wij dan de enige waren die nog aan het eten waren, daar keek verder niemand raar van op.

Vanuit Damascus hebben we nog twee dagtochten naar andere plaatsen gemaakt. Eerst naar Palmyra, een stadje 250km naar het Oosten, richting de grens met Irak, dat bekend staat als attractie nr. 1 vanwege de overweldigende Romeinse ruines. Onderweg was er weinig te zien, vooral veel dorre bergen en woestijn. En af en toe kwamen we een busje vol huisraad tegen – een teken dat er weer een Irakees vluchtelingen-gezin de terugtocht naar Irak aan het maken was. (Op het hoogtepunt schijnen er zo’n 2 miljoen Irakese vluchtelingen in Syrie te hebben gewoond, nu nog steeds meer dan 1 miljoen.)

De ruines van Palmyra zijn inderdaad fenomenaal. Ze dateren voornamelijk uit de 2e eeuw na Christus, en beslaan een gebied van zo’n 50 hectare. Er is een lange centrale weg met zuilen, met aan weerskanten diverse speciale gebouwen, zoals een tempel voor de god Bel, een amphiteater, badhuizen, het senaatsgebouw, de markt, enz, enz. De ruines komen vooral mooi uit in het woestijn-landschap er om heen – even verderop ligt op een heuvel nog een mooi 17e eeuws fort, van waar je een geweldig overzicht hebt over de oude stad.

Ook heel bijzonder is de “valley of the tombes”, een vallei met een tiental graf-torens uit de 1e eeuw na Christus. Elke toren bevatte tientallen “ligplaatsen” voor familieleden, de grootste en best-bewaarde torens zijn nog zo goed als intact, en tellen 4 verdiepingen met plek voor wel 300 graven.

De tweede dagtocht ging naar Bosra, 100km naar het zuiden, vlak bij de grens met Jordanie, gelegen in de vruchtbare landbouw-gebieden van Syrie. De ruines in Bosra liggen in verschillende lagen over elkaar heen, en dateren uit verschillende tijdperken, van een Nabateaanse periode in 1e eeuw voor Christus, tot een Romeinse periode in de 1e eeuw na Christus, en de latere invloeden van de Moslims in de 6e eeuw na Christus, enz, enz. Wat vooral opvalt in Bosra is dat de stad gebouwd is uit zwart basalt-steen, in plaats van het gelige zandsteen wat in Palmyra voor handen was. Het overweldigende hoogtepunt in Bosra is zonder twijfel het amphitheater uit de Romeinse tijd, een gigantisch theater met plaats voor 9000 toeschouwers. In de 11e eeuw is dit theater versterkt door er een fort-achtige muur om heen te bouwen, om het te beschermen tegen aanvallen van de kruisvaarders. Het theater wordt vandaag nog steeds gebruik voor voor een jaarlijks cultuur-festival, wat een geweldige ervaring moet dat zijn...

Na Damascus zijn we nog een aantal dagen naar Aleppo gegaan, een grote stad in het noorden van Syrie. Een tocht van ruim 400km, die we hadden opgebroken met een tussenstop in Krak de Chevaliers, een van de best bewaarde kruisvaarders-kastelen ter wereld. Het kasteel was volstrekt niet aan te vallen. Het ligt bovenop een stijle berg, wat de aanval al bemoeilijkt. Vervolgens is het kasteel omringd door een enorme muur, van waar de aanvaller al bewerkt kon worden met pijlen en hete olie. Binnen die muur was het kasteel ook nog eens omringd door een slotgracht, en vervolgens was het kasteel zelf ook nog eens voorzien van een meters hoge bijna verticale buitenmuur... De enorme gangen, stallen, opslag ruimtes, kamers en hallen van het kasteel zijn nog bijna intact, en je kunt er vrij rondlopen om alles te bewonderen. Er hangen nergens bordjes met uitleg, en het is enorm groot, dus het was niet moeilijk om er flink in te verdwalen!

Aleppo ligt in een vruchtbaar landbouw gebied, wat vooral bekend staat om de pistache-nootjes. Niet de geroosterde versie die wij in NL kennen, maar de verse variant, waar het roze vruchtvlees-schilletje nog omheen zit.
Aleppo claimt net als Damascus de oudste continu-bewoonde stad ter wereld te zijn. En er zijn nog wel meer overeenkomsten. Ook Aleppo heeft nog een schitterende oude stad, met kilometers souks (nog meer gefocussed op de locale bevolking) en met een schiterende Citadel. De huidige restanten van dit kasteel dateren uit de kruisvaarderstijd (12e eeuw), maar de eerste bouwwerken dateren nog van veel eerder. Ook hier weer een indrukwekkende slotgracht, met een onneembare entree. De ‘stad’ binnen de kasteelmuren heeft pas vrij recent de aandacht van archeologen gekregen, en opgravingen zijn nog in volle gang.
Vanuit Aleppo hebben we nog een dagtochtje naar het noorden gemaakt, richting de grens met Turkije. Het hele gebied rondom Aleppo staat bekend om de “dead cities” – meer dan 300 oude dorpjes en steden uit de Byzantijnse tijd (5e eeuw), die allemaal als ruines achtergelaten zijn... Men vermoed dat deze woonplaatsen zijn verwoest tijdens een aarbeving, mogelijk in combinatie met het verplaatsen van de Zijde-route, waardoor de bewoners massaal naar andere oorden zijn vertrokken. Vanuit ons dicht-bevolkte NL is het onvoorstelbaar om zoveel oude ruines verspreid door het landschap te zien liggen, waar niemand iets mee doet – ze worden niet opgegraven, er staan geen bordjes met uitleg, er wordt gewoon niks mee gedaan?! Maar ja, wat moet je ook, als je al zo ongelofelijk veel andere attracties in je land hebt...

We hebben ook nog een bezoek gebracht aan de overblijfselen van de Qala’at Samaan basiliek. Deze basiliek is gebouwd ter ere van de heilige Simeon, die leefde in de 4e eeuw. Deze herderszoon voelde zich op jonge leeftijd al sterk aangetrokken tot het kale bestaan van een monnik. Hij werd al snel beroemd vanwege zijn bijzonder vrome opvattingen, wat veel aandacht en bezoekers trok – iets waar de man juist helemaal niet op zat te wachten. Om zich verder af te zonderen, heeft hij besloten een stenen pilaar te bouwen van 3m hoog, waar hij op ging wonen. Nog steeds bleven de mensen komen, dus maakte hij een hogere pilaar. Al met al heeft hij ruim 40 jaar boven op een pilaar gewoond, en zijn laatste exemplaar was wel 18m hoog. Helaas is er van de pilaar alleen nog een rotsblokje over, maar de ruine van de basiliek was ook zeer de moeite waard.