Oh, wat voelden
wij ons enorm vereerd toen Daisy ons een tijdje geleden uitnodigde om eens bij
haar thuis langs te komen! Gedurende de maanden dat ze bij ons werkt, zijn we
steeds meer te weten gekomen over waar ze vandaan komt. Ze woont doordeweeks
met haar man in een appartement in Beijing, maar in het weekend gaat ze bijna altijd
naar huis, naar haar familie in Gu’an. Dit is een stadje een uur ten zuiden
van Beijing, net over de grens in de provincie Hebei.
Daisy vertelt altijd met zo veel liefde en trots over haar grote familie Jiang – ze is de 4e dochter in een gezin met 6 (!) kinderen – 5 dochters en toen eindelijk die 1e zoon.
Daisy (ze heet eigenlijk Jiang Li Ying) heeft zelf een zoon van 6 jaar oud, die woont doordeweeks bij haar schoonouders, op 20 minuten rijden ten oosten van Gu’an. Daisy en haar man hebben zelf ook een huis in dit dorp, naast het huis van haar schoonouders. Maar als je Daisy hoort praten, dan is het duidelijk – haar hart ligt bij haar familie in Gu’an, niet in haar eigen huis bij de schoonouders in het dorp...
We hadden al een tijdje in de planning staan dat we in de Golden Week (de week na 1 oktober – National Day, viering van het oprichten van de People’s Republic of China) een dagje bij Daisy op bezoek zouden gaan. Groot was onze verbazing toen Daisy een paar dagen van te voren opeens zei: “Ik was dit weekend thuis bij mijn familie, en zij willen jullie graag uitnodigen om mee te gaan op een familie tripje naar het Baiyangdian meer... Dat doen we dan een dag voordat jullie zouden komen, en als jullie willen mogen jullie bij mij thuis slapen...?” We hadden eerlijk gezegd geen idee wat we ons nou precies bij dit alles moesten voorstellen – hoe woont Daisy nou eigenlijk, waar komen we terecht, hoe gaat dat met de kinderen...? Maar we vonden het zo’n lieve uitnodiging, en ook zo’n ervaring, dat we die kans absoluut wilden pakken!
En zo ging zondagochtend om 8 uur de bel – Daisy en de man van haar oudste zus (Mr. Mong) stonden op de stoep om ons naar Gu’an te rijden. Mr. Mong gaf gelijk Reijer een aai over zijn bol, waarop Daisy uitlegde: hij heeft nog nooit geel haar gezien. Jeetje, op een uur afstand van Beijing, en toch nog nooit blond haar gezien?! Waar gaan we heen?!
De eerste stop van de dag was in het centrum van Gu’an, in het twee-kamer appartementje van de jongste zus van Daisy: Jiang Li Wei (ze heeft overigens nog een zus die Jiang Li Wei heet – alleen aan de klemtoon van Wei kun je onderscheiden om welke zus het gaat...?!). Dit is de zus waar Daisy de beste band mee heeft – zij zijn “de kleine meisjes”. Deze zus heeft een dochtertje van 3 jaar, en een zoontje van 5 maanden. Ook de zoon van Daisy, Jiang Yu, en nog 2 neefjes waren daar op ons aan het wachten. Nadat alle kindjes wat kadootjes hadden uitgepakt, zijn we met z’n allen in 2 auto’s gestapt, om de vader van Daisy te gaan ophalen. Die stond 10 minuten buiten de stad langs de weg te wachten, en toen waren we klaar om echt op pad te gaan!
De familie van Daisy was ook niet erg onder de indruk, dus na een kwartiertje hadden ze het wel weer gezien, en keerden we terug naar het bootje en de auto’s. Was dit het?! Van ’s ochtends half 9 tot ’s middags half 3 in de auto zitten, om een kwartiertje bij dat meer te kijken?! Gelukkig niet. Na weer een half uurtje rijden kwamen we opeens bij de echte attractie uit – een enorm mooi en groots opgezet park vanwaar je boot excursies het meer op kon maken! Inmiddels was het 4 uur, dus in sneltrein vaart zijn we toen nog gaan rond kijken. Helaas waren de lotus bloemen al uitgebloeid, maar het was wel een prachtige omgeving. En wat een gezellige familie! Hoewel ze dus nog nooit met ‘lao wei’ (buitenlanders) in aanraking waren gekomen, waren ze heel ontspannen en absoluut niet formeel. Niemand sprak verder Engels, maar dat maakte niet uit. De kinderen hebben heerlijk samen gespeeld, en vooral Reijer was al snel dikke vrienden met de vader van Daisy.
Daisy vertelt altijd met zo veel liefde en trots over haar grote familie Jiang – ze is de 4e dochter in een gezin met 6 (!) kinderen – 5 dochters en toen eindelijk die 1e zoon.
Daisy (ze heet eigenlijk Jiang Li Ying) heeft zelf een zoon van 6 jaar oud, die woont doordeweeks bij haar schoonouders, op 20 minuten rijden ten oosten van Gu’an. Daisy en haar man hebben zelf ook een huis in dit dorp, naast het huis van haar schoonouders. Maar als je Daisy hoort praten, dan is het duidelijk – haar hart ligt bij haar familie in Gu’an, niet in haar eigen huis bij de schoonouders in het dorp...
We hadden al een tijdje in de planning staan dat we in de Golden Week (de week na 1 oktober – National Day, viering van het oprichten van de People’s Republic of China) een dagje bij Daisy op bezoek zouden gaan. Groot was onze verbazing toen Daisy een paar dagen van te voren opeens zei: “Ik was dit weekend thuis bij mijn familie, en zij willen jullie graag uitnodigen om mee te gaan op een familie tripje naar het Baiyangdian meer... Dat doen we dan een dag voordat jullie zouden komen, en als jullie willen mogen jullie bij mij thuis slapen...?” We hadden eerlijk gezegd geen idee wat we ons nou precies bij dit alles moesten voorstellen – hoe woont Daisy nou eigenlijk, waar komen we terecht, hoe gaat dat met de kinderen...? Maar we vonden het zo’n lieve uitnodiging, en ook zo’n ervaring, dat we die kans absoluut wilden pakken!
En zo ging zondagochtend om 8 uur de bel – Daisy en de man van haar oudste zus (Mr. Mong) stonden op de stoep om ons naar Gu’an te rijden. Mr. Mong gaf gelijk Reijer een aai over zijn bol, waarop Daisy uitlegde: hij heeft nog nooit geel haar gezien. Jeetje, op een uur afstand van Beijing, en toch nog nooit blond haar gezien?! Waar gaan we heen?!
De eerste stop van de dag was in het centrum van Gu’an, in het twee-kamer appartementje van de jongste zus van Daisy: Jiang Li Wei (ze heeft overigens nog een zus die Jiang Li Wei heet – alleen aan de klemtoon van Wei kun je onderscheiden om welke zus het gaat...?!). Dit is de zus waar Daisy de beste band mee heeft – zij zijn “de kleine meisjes”. Deze zus heeft een dochtertje van 3 jaar, en een zoontje van 5 maanden. Ook de zoon van Daisy, Jiang Yu, en nog 2 neefjes waren daar op ons aan het wachten. Nadat alle kindjes wat kadootjes hadden uitgepakt, zijn we met z’n allen in 2 auto’s gestapt, om de vader van Daisy te gaan ophalen. Die stond 10 minuten buiten de stad langs de weg te wachten, en toen waren we klaar om echt op pad te gaan!
Inmiddels was
het bijna lunch tijd, dus onderweg zijn we eerst in een dorpje gestopt om wat
te eten in een ‘hotpot’restaurant (een soort fondue pan met plakjes vlees en
groenten) – de familie Jiang was niet onder de indruk, het eten in het
restaurant van dochter nummer 2 is VEEL lekkerder...
Na de lunch zou het nog
maar een half uurtje zijn naar het Baiyangdian meer, maar helaas pakte dat wat
anders uit. We reden verkeerd, en hebben wel een uur door de bush over
modderpaden gestuiterd, voordat we weer in de bewoonde wereld terecht kwamen.
Om half 3 waren we eindelijk waar we moesten zijn – ten minste, dat dachten we.
We stapten allemaal in een bootje, om de lotus bloemen waar het meer om bekend
staat te gaan bekijken. Groot was onze verbazing toen we 200m verderop alweer
aan wal gezet werden!? We hebben daar wat rondgekeken, maar waren niet heel erg
onder de indruk. Wat toeristen-winkeltjes die speelgoed handgranaten verkochten
– altijd leuk?! En even verderop opeens een stel geweren op een rij, waarmee je
wat eenden uit het water kon schieten. Wat?!?! Nee, zei Daisy, die eenden
zitten daar toevallig. Het idee van die geweren is dat je kunt doen alsof je
Japanners uit het water schiet! Jaja... Er schijnt bij dit meer namelijk nogal
wat gevochten te zijn tegen de Japanners. Zodoende lag er verderop ook een oud Japans bootje in het
water. En wat was hier het idee? Je kon je verkleden als traditionele Chinese
soldaat, en dan met een groot zwaard poseren alsof je een Japanner op het
bootje zijn hoofd eraf ging hakken! Ja, eerlijk waar...
De familie van Daisy was ook niet erg onder de indruk, dus na een kwartiertje hadden ze het wel weer gezien, en keerden we terug naar het bootje en de auto’s. Was dit het?! Van ’s ochtends half 9 tot ’s middags half 3 in de auto zitten, om een kwartiertje bij dat meer te kijken?! Gelukkig niet. Na weer een half uurtje rijden kwamen we opeens bij de echte attractie uit – een enorm mooi en groots opgezet park vanwaar je boot excursies het meer op kon maken! Inmiddels was het 4 uur, dus in sneltrein vaart zijn we toen nog gaan rond kijken. Helaas waren de lotus bloemen al uitgebloeid, maar het was wel een prachtige omgeving. En wat een gezellige familie! Hoewel ze dus nog nooit met ‘lao wei’ (buitenlanders) in aanraking waren gekomen, waren ze heel ontspannen en absoluut niet formeel. Niemand sprak verder Engels, maar dat maakte niet uit. De kinderen hebben heerlijk samen gespeeld, en vooral Reijer was al snel dikke vrienden met de vader van Daisy.
Het was
inmiddels al donker toen we terug kwamen bij de auto’s, en gelukkig ging de
terugweg naar Gu’an veel sneller dan de heen reis. ’s Avonds hebben we heerlijk
gegeten in het restaurant van de zus van Daisy – inderdaad VEEL lekkerder dan
’s middags. En voor ons ook nieuw: de voet van de ronde tafel was een houtskool
oven, en daar bovenop hing midden in de tafel een grote pan, waar heerlijk
gestoofd eten in zat. En daarbij dan nog een hele verzameling andere lekkere
gerechten. Smullen!
Inmiddels was
het half 10, dus de hoogste tijd om de kinderen in bed te leggen. Op naar het
huis van Daisy! Dat was 20 minuten verderop, in een klein boeren dorpje. Aan
het eind van een steegje, zonder bestrating en daarom door de regen behoorlijk
modderig. Een echte hutong woning: achter een grote poort bevindt zich een
binnenplaats, en rondom die binnenplaats zijn wat gebouwtjes. Achterin 4
aaneengeschakelde kamers: 3 slaapkamers en de woonkamer. En langs de rechter
zij wand was de keuken (gewoon met stromend koud en warm water, en zelfs met een
douche), en daarnaast nog een reserve slaapkamer. In de keuken zit namelijk ook
zo’n kolen-oven met grote stoofpan, en deze oven is verbonden met een groot
ingebouwd bed in de naastgelegen slaapkamer, zodat je in de winter lekker warm
kunt slapen! Daisy gebruikt dit zelf eigenlijk nooit – ze vindt de oven te veel
rook en rommel geven, en die grote pan vindt ze ook veel te onhandig om mee te
koken. Het enige wat niet in huis zat, was de wc. Daarvoor moest je naar
buiten, naar het steegje. Daar was voor dames en heren een apart gat in de
grond...
Daisy had alles
fantastisch voor ons verzorgd: Reijer en Flinne samen in de gezellige
kinderkamer van Jiang Yu, en Bas, Dieuwertje en Emmelijn lekker in de
naastgelegen logeerkamer. We hebben dus heerlijk geslapen! En de volgende
ochtend gezellig samen ontbeten – Daisy had speciaal melk, brood en pindakaas
voor de kinderen gekocht, maar wij hebben lekker vers Chinees brood en
mais-pompoen soep ontbeten.
Daarna konden
we even lekker rond kijken. Zo netjes als alles binnen de poorten van Daisy’s
huis was, zo modderig en rommelig was alles erbuiten. (Inclusief het buurhuis
van haar schoonouders – zoals Daisy al fijntjes opmerkte “they are not very
clean people...”) De steeg voor het huis lag helemaal vol met maïskolven. Die
waren van de schoonouders van Daisy, en moesten allemaal met de hand gepeld
worden, om daarna als varkens- en kippenvoer verkocht te kunnen worden.
Verderop hadden ze nog een klein moestuintje, en er liepen her en der wat
kippen rond, en achter een poort om de hoek hielden ze nog een stuk of 10
geiten... Al met al ongeveer wat we ons hadden voorgesteld bij een Chinees
boeren dorp... En Daisy’s huis was hierin de een oase van netheid! Daisy’s
schoonouders waren overigens wel heel vriendelijk, hoor. We hebben even
geholpen met maïs pellen, en we kregen voor de kinderen een grote doos met
verse eieren mee naar huis!
Aan het eind
van de ochtend werden we opgehaald door een kennis van Daisy, die ons naar het
huis van Daisy’s ouders bracht. Die wonen dichter bij Gu’an, ook in een kleine
boeren hutong. Maar deze hutong was wel een stuk netter! En het huis van haar
ouders was prachtig! Een boom in de binnenplaats, overal mooie planten, vogeltjes in kooitjes, en kleurrijke
Chinese wandtegels. Weer werden we warm ontvangen, nu ook door de moeder van
Daisy. Wat een schatten van mensen. En we werden uitgenodigd om vooral nog eens
langs te komen, en dan konden we in het leegstaande huis aan de overkant van de
straat logeren!
Tot slot zijn
we met Daisy terug naar Gu’an gereden, waar Button al op ons stond te wachten.
Na wederom een heerlijke lunch in het restaurant van haar zus zijn we terug
richting huis gegaan. Achteraan in de file – met miljoenen anderen Beijingers
die terugkwamen van vakantie...
Al met al een
geweldige ervaring, en we willen zeker nog eens terug gaan!



