zaterdag 12 september 2009

Syrië

Na al onze ervaringen in Libanon hadden we ons voorbereid op “een stapje terug in de tijd” in Syrie. Daar zou het vast allemaal wat minder Westers zijn, wat strenger islamitisch (zeker tijdens de Ramadan), wat minder toegankelijk voor toeristen...? Tenslotte is het een van de landen van de ‘as van het kwaad’, als je Bush mocht geloven. Nou, daar hebben wij niets van gemerkt.

Direct toen we in Damascus in ons hotel in de oude stad hadden ingechecked, werd het al duidelijk – we waren in een 1001 nacht sprookje terecht gekomen! Ten eerste al ons hotel – een prachtig gerestaureerd 300-jaar oud Arabisch huis, met 6 gastenkamers verdeeld over 2 verdiepingen rondom een binnenplaats met fonteintje, en schitterende bewerkte houten deuren.
De oude stad van Damascus is nog geheel ommuurd, en bestaat volledig uit oude Arabische huisjes (nou, soms bijna paleizen), smalle straatjes, leuke binnenplaatsjes, moskeetjes (en de grote Ummayad Moskee, voorloper van de Aya Sofia in Istanbul), en overdekte souks. Hoewel alles in deze stad inderdaad vooral erg oud is, geeft het geheel absoluut geen vervallen indruk, het is overal netjes en schoon. En tegelijkertijd toch ook heel authentiek, helemaal niet toeristisch of nep. De oude stad wordt gewoon volledig bewoond door Syriers, die hun dagelijkse boodschappen nog steeds in de souks komen halen, en voor een hapje en een drankje naar de restaurantjes en barretjes gaan, en gaan bidden in de moskeetjes op de hoek... En bij al deze dagelijkse gebeurtenissen zijn ze erg blij als er ook toeristen in hun stad komen kijken – je wordt heel vriendelijk toegesproken met “Welcome”, “Can I help you”?” en “Are you lost?” . Ook in de souks is er niets te merken van de gebruikelijke opdringerigheid naar toeristen , we hebben niet een keer de befaamde uitspraken “come and look, I have special price for you” gehoord!

Verder was de Christelijke wijk in de oude stad, waar ons hotel stond, ook duidelijk herkenbaar – veel kerken, af en toe een nonnetje op straat, en alle winkels en eetgelegenheden gewoon open overdag, ondanks de Ramadan.

Wat dat eten betreft was het wel nog even lastig. Na Libanon waren we al gewend aan het idee dat er in deze gebieden laat gegeten werd, vaak pas tegen 10 uur ’s avonds, en dit werd door de reisgids ook voor Syrie weer bevestigd. Maar wat we ook probeerden, het is ons niet gelukt om te eten in een restaurant vol met Syriers die ook aan het eten waren?! Want ongeacht of we nou om 7 uur of om 11 uur gingen, de Syriers zaten altijd in grote getalen alleen maar te kaarten of backgammon te spelen, onder het genot van een kopje thee en nargileh (waterpijp), soms nog met een toetje erbij... Uiteindelijk hebben we geconcludeerd dat de eetgewoontes tijdens de Ramadan blijkbaar wat aangepast worden – na het zonsondergangsgebed om 7 uur is het tijd voor het Iftar diner, en dit wordt waarschijnlijk thuis in familie-kring gevierd. En later op de avond gaat men dan in grote getalen de stad in voor wat gezelligheid! Ach, al met al was het in elk geval hardstikke gezellig met alle locale mensen, en dat wij dan de enige waren die nog aan het eten waren, daar keek verder niemand raar van op.

Vanuit Damascus hebben we nog twee dagtochten naar andere plaatsen gemaakt. Eerst naar Palmyra, een stadje 250km naar het Oosten, richting de grens met Irak, dat bekend staat als attractie nr. 1 vanwege de overweldigende Romeinse ruines. Onderweg was er weinig te zien, vooral veel dorre bergen en woestijn. En af en toe kwamen we een busje vol huisraad tegen – een teken dat er weer een Irakees vluchtelingen-gezin de terugtocht naar Irak aan het maken was. (Op het hoogtepunt schijnen er zo’n 2 miljoen Irakese vluchtelingen in Syrie te hebben gewoond, nu nog steeds meer dan 1 miljoen.)

De ruines van Palmyra zijn inderdaad fenomenaal. Ze dateren voornamelijk uit de 2e eeuw na Christus, en beslaan een gebied van zo’n 50 hectare. Er is een lange centrale weg met zuilen, met aan weerskanten diverse speciale gebouwen, zoals een tempel voor de god Bel, een amphiteater, badhuizen, het senaatsgebouw, de markt, enz, enz. De ruines komen vooral mooi uit in het woestijn-landschap er om heen – even verderop ligt op een heuvel nog een mooi 17e eeuws fort, van waar je een geweldig overzicht hebt over de oude stad.

Ook heel bijzonder is de “valley of the tombes”, een vallei met een tiental graf-torens uit de 1e eeuw na Christus. Elke toren bevatte tientallen “ligplaatsen” voor familieleden, de grootste en best-bewaarde torens zijn nog zo goed als intact, en tellen 4 verdiepingen met plek voor wel 300 graven.

De tweede dagtocht ging naar Bosra, 100km naar het zuiden, vlak bij de grens met Jordanie, gelegen in de vruchtbare landbouw-gebieden van Syrie. De ruines in Bosra liggen in verschillende lagen over elkaar heen, en dateren uit verschillende tijdperken, van een Nabateaanse periode in 1e eeuw voor Christus, tot een Romeinse periode in de 1e eeuw na Christus, en de latere invloeden van de Moslims in de 6e eeuw na Christus, enz, enz. Wat vooral opvalt in Bosra is dat de stad gebouwd is uit zwart basalt-steen, in plaats van het gelige zandsteen wat in Palmyra voor handen was. Het overweldigende hoogtepunt in Bosra is zonder twijfel het amphitheater uit de Romeinse tijd, een gigantisch theater met plaats voor 9000 toeschouwers. In de 11e eeuw is dit theater versterkt door er een fort-achtige muur om heen te bouwen, om het te beschermen tegen aanvallen van de kruisvaarders. Het theater wordt vandaag nog steeds gebruik voor voor een jaarlijks cultuur-festival, wat een geweldige ervaring moet dat zijn...

Na Damascus zijn we nog een aantal dagen naar Aleppo gegaan, een grote stad in het noorden van Syrie. Een tocht van ruim 400km, die we hadden opgebroken met een tussenstop in Krak de Chevaliers, een van de best bewaarde kruisvaarders-kastelen ter wereld. Het kasteel was volstrekt niet aan te vallen. Het ligt bovenop een stijle berg, wat de aanval al bemoeilijkt. Vervolgens is het kasteel omringd door een enorme muur, van waar de aanvaller al bewerkt kon worden met pijlen en hete olie. Binnen die muur was het kasteel ook nog eens omringd door een slotgracht, en vervolgens was het kasteel zelf ook nog eens voorzien van een meters hoge bijna verticale buitenmuur... De enorme gangen, stallen, opslag ruimtes, kamers en hallen van het kasteel zijn nog bijna intact, en je kunt er vrij rondlopen om alles te bewonderen. Er hangen nergens bordjes met uitleg, en het is enorm groot, dus het was niet moeilijk om er flink in te verdwalen!

Aleppo ligt in een vruchtbaar landbouw gebied, wat vooral bekend staat om de pistache-nootjes. Niet de geroosterde versie die wij in NL kennen, maar de verse variant, waar het roze vruchtvlees-schilletje nog omheen zit.
Aleppo claimt net als Damascus de oudste continu-bewoonde stad ter wereld te zijn. En er zijn nog wel meer overeenkomsten. Ook Aleppo heeft nog een schitterende oude stad, met kilometers souks (nog meer gefocussed op de locale bevolking) en met een schiterende Citadel. De huidige restanten van dit kasteel dateren uit de kruisvaarderstijd (12e eeuw), maar de eerste bouwwerken dateren nog van veel eerder. Ook hier weer een indrukwekkende slotgracht, met een onneembare entree. De ‘stad’ binnen de kasteelmuren heeft pas vrij recent de aandacht van archeologen gekregen, en opgravingen zijn nog in volle gang.
Vanuit Aleppo hebben we nog een dagtochtje naar het noorden gemaakt, richting de grens met Turkije. Het hele gebied rondom Aleppo staat bekend om de “dead cities” – meer dan 300 oude dorpjes en steden uit de Byzantijnse tijd (5e eeuw), die allemaal als ruines achtergelaten zijn... Men vermoed dat deze woonplaatsen zijn verwoest tijdens een aarbeving, mogelijk in combinatie met het verplaatsen van de Zijde-route, waardoor de bewoners massaal naar andere oorden zijn vertrokken. Vanuit ons dicht-bevolkte NL is het onvoorstelbaar om zoveel oude ruines verspreid door het landschap te zien liggen, waar niemand iets mee doet – ze worden niet opgegraven, er staan geen bordjes met uitleg, er wordt gewoon niks mee gedaan?! Maar ja, wat moet je ook, als je al zo ongelofelijk veel andere attracties in je land hebt...

We hebben ook nog een bezoek gebracht aan de overblijfselen van de Qala’at Samaan basiliek. Deze basiliek is gebouwd ter ere van de heilige Simeon, die leefde in de 4e eeuw. Deze herderszoon voelde zich op jonge leeftijd al sterk aangetrokken tot het kale bestaan van een monnik. Hij werd al snel beroemd vanwege zijn bijzonder vrome opvattingen, wat veel aandacht en bezoekers trok – iets waar de man juist helemaal niet op zat te wachten. Om zich verder af te zonderen, heeft hij besloten een stenen pilaar te bouwen van 3m hoog, waar hij op ging wonen. Nog steeds bleven de mensen komen, dus maakte hij een hogere pilaar. Al met al heeft hij ruim 40 jaar boven op een pilaar gewoond, en zijn laatste exemplaar was wel 18m hoog. Helaas is er van de pilaar alleen nog een rotsblokje over, maar de ruine van de basiliek was ook zeer de moeite waard.

Geen opmerkingen: